Een ander taalregeltje wat wij thuis met de paplepel kregen ingegoten is de als/dan regel. Nou ingegoten… zeg maar ingestampt. Zo erg zelfs, dat mijn jongste zusje dat van jongs af aan goed zei en zo erg dat ik regelmatig op mijn tong moet bijten om het niet bij anderen te verbeteren. Waar wij ook in huis waren, mijn moeder hoorde ons. Zaten wij beneden te spelen en was zij op zolder de was aan het ophangen, dan hoorde ze ons. ‘Dan ik’, klonk het dan van boven als er weer iemand verkondigde dat iets niet eerlijk was omdat zij veel groter was ‘als mij’. Wij kinderen hebben dat overgenomen. Mijn kinderen weten niet beter, mijn echtgenoot twijfelt nog wel eens. ‘Wat is er dan fout aan?’. En die ezelsbrug hebben wij gelukkig ook meegekregen. Je moet de zin in gedachte doorpraten. Hij is sneller dan ik ben, hij kan harder lopen dan ik kan lopen, hij kan beter zwemmen dan ik kan zwemmen….. Hij is sneller als mij…ben?? Dat loopt dus niet. Maar het is zo ingeburgerd. Zelfs leerkrachten op school hoor ik het fout doen. En weer bijt ik dan op mijn tong. Soms te laat en dan krijg je rare gezichten. ‘Sorry
‘.
Nog enkele links:
Naast het grote Geschiedenisspel heeft Scala Leuker Leren nu ook het grote Taalspel uitgebracht. Het is een leuk en spannend bordspel waar vele facetten van de taal in naar voren komen: de betekenis van gezegdes en uitspraken, de goede spelling van een woord, woordenschat, vervoegingen en nog veel meer. Voor elk goed antwoord mag je een stapje verder in het alfabet en krijg je een letter. Van de gekregen letters kun je weer woorden maken, die je weer wat sneller naar je doel kunnen brengen. Het spel loopt van A tot Z en wie het eerst bij de Z is, is de winnaar. Maar om daar te komen moet je dus heel wat vragen beantwoorden. Sommige kunnen extra lastig zijn, want er zijn vragen waarbij de antwoorden moeten beginnen of eindigen met de letter waar je op staat: een kledingstuk met een Q? Daarnaast zijn er ook kanskaarten. Die kunnen je vooruit helpen, maar ook achteruit.
Op de basisschool leren de kinderen heel veel. Kennis die ook in het latere leven van belang kan zijn. De echte basis wordt er gelegd. Zelf heb ik regelmatig dat ik weet dat ik iets wel op school geleerd heb, maar hoe het ook al weer zat, weet ik dan niet meer. Maar ik zie het ook aan mijn oudste zoon, die nu in 3 VWO zit. Soms komt hij dingen tegen die hij op de basisschool geleerd heeft, maar die toch al een beetje weggezakt zijn. Wolters Noordhoff komt daarom met 3 boekjes waar de basiskennis van de basisschool in staat. Een boekje over Taal, een boekje over rekenen/wiskunde en een boekje over wereldorientatie, met aardrijkskunde, geschiedenis en natuurwetenschappen. Maar deze boekjes zijn niet alleen voor het latere leven interessant. Ook voor de kinderen van groep 8 zijn ze leuke leerboekjes, waarin alle kennis verzameld is, die ze voor de citotoets straks nodig hebben. De boekjes bevatten ook opgaven op de kennis te testen en tips voor de citotoets.
Je hart vasthouden, je eigen boontjes doppen, een hart onder de riem steken…. Nederlandse spreekwoorden. Iedereen kent er toch wel een paar. Maar weet je ook wat ze betekenen?
‘Ik schreif faut’ van Martine Ceyssens is een gids voor ouders, leerkrachten en hulpverleners over omgaan met dyslexie. Lezen en schrijven is belangrijk in onze samenleving. Hier moeite mee hebben kan voor kinderen en volwassenen verstrekkende gevolgen hebben. Omdat kinderen met dyslexie moeite hebben met lezen en schrijven worden ze vaak voor dom aangezien, wat natuurlijk niet goed is voor het zelfvertrouwen van het kind. Gelukkig wordt er steeds eerder en beter op dyslexie getoetst. Ín ‘Ik schreif faut’ wordt eerst uitgebreid ingegaan op wat dyslexie is en hoe we het kunnen herkennen, waarna besproken wordt wat we aan dyslexie kunnen doen. Het boek gaat daarbij in op twee dingen: het behandelen van dyslexie – hoe kunnen we zorgen dat kinderen beter gaan lezen en schrijven, maar ook op het makkelijker maken van dingen voor kinderen met dyslexie, zoals het gebruiken van een duidelijk lettertype, het gunnen van extra tijd bij opgaven waar veel gelezen moet worden, het gedeeltelijk mondeling afgelegen van een toets enz. Dit om ook te zorgen dat kinderen geen negatief zelfbeeld krijgen en ook de kans krijgen om goede cijfers te halen, met name ook voor vakken waarbij lezen en schrijven niet de hoofdzaak is, zoals geschiedenis, aardrijkskunde ed.